Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.1.

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Diemen 2009

1.. In deze Verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt verstaan onder: Wet : Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Besluit : Uitvoeringsbesluit maatschappelijke onder- steuning gemeente Diemen. College : het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Diemen. Wvg : Wet voorziening gehandicapten zoals die geldt tot aan de invoering van de wet. Compensatiebeginsel : de opdracht aan het college van burgemeester en wethouders om personen met beperkingen, door het treffen van voorzieningen, een zodanige uitgangspositie te verschaffen dat zij in aanvaardbare mate zelfredzaam zijn en in aanvaardbare mate in staat zijn tot maatschappelijke participatie. Persoon met beperkingen : een persoon die ten gevolge van ziekte of gebrek, inclusief chronisch psychische of psychosociale problemen, aantoonbare beperkingen ondervindt in de zelfredzaamheid en de maatschappelijke participatie. Mantelzorger : een persoon, die mantelzorg verleent als bedoeld in artikel 1 lid 1 onderdeel b van de wet. Zelfredzaamheid : het lichamelijk, verstandelijk, geestelijk en financiële vermogen om zelf voorzieningen te treffen die maatschappelijke participatie mogelijk maken. Maatschappelijke participatie : deelname aan het normale maatschappelijke verkeer, te weten het voeren van een huishouden, het normale gebruik van de woning; het zich in en om de woning verplaatsen; het zich zodanig verplaatsen dat aansluiting wordt gevonden bij regionale, bovenregionale en landelijke vervoersystemen; het ontmoeten van andere mensen en het aangaan en onderhouden van sociale verbanden om op die manier deel te nemen aan het lokale maatschappelijke leven. Individuele voorziening : een voorziening die individueel wordt aangeboden indien een algemene voorziening geen adequate oplossing biedt. Eigen bijdrage : een door het CAK vast te stellen bijdrage, die bij de verstrekking van een voorziening in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget voor rekening van de persoon met beperkingen of diens wettelijk vertegenwoordiger komt. Eigen aandeel in de kosten : een door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen eigen aandeel, dat bij de verstrekking van een financiële tegemoetkoming voor rekening van de persoon met beperkingen of diens wettelijke vertegenwoordiger komt. Voorziening in natura : een voorziening die in eigendom, in bruikleen, in huur of in de vorm van persoonlijke dienstverlening wordt verstrekt. Inkomen : onder inkomen wordt verstaan:  Het netto-inkomen inclusief vakantietoeslag van de persoon met beperkingen;  Het gezamenlijk netto-inkomen inclusief vakantietoeslag van de persoon met beperkingen en diens echtgenoot, indien de persoon met beperkingen is gehuwd in de zin van artikel 1 van de wet; Het (gezamenlijk) netto-inkomen inclusief vakantietoeslag van de wettelijk vertegenwoordiger(s) indien de persoon met beperkingen jonger is dan 18 jaar en niet gehuwd is in de zin van artikel 1 van de wet. Norminkomen : de normen, genoemd in paragraaf 3.2 van de Wet Werk en Bijstand (WWB), omgerekend tot een bedrag per kalenderjaar, waarbij deze normen voor een belanghebbende van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar die een alleenstaande of een alleenstaande ouder is, en die niet in een inrichting verblijft, eerst zijn verhoogd met een toeslag, genoemd in artikel 25 lid 2 WWB, en de normen van een alleenstaande, alleenstaande ouder of gehuwde die in een inrichting verblijf, eerst zijn verhoogd met de bedragen, genoemd in artikel 23 lid 2 WWB. Persoonsgebonden budget : een geldbedrag waarmee de persoon met beperkingen een of meer aan hem te verlenen voorzieningen kan verwerven en waarop de in de wet, deze Verordening en het Besluit gestelde regels van toepassing zijn. Financiële tegemoetkoming : een tegemoetkoming in de kosten van een voorziening, waarop de in de wet, deze Verordening en het Besluit gestelde regels van toepassing zijn. Forfaitaire financiële : een financiële tegemoetkoming, die los van de tegemoetkoming werkelijke kosten van een voorziening wordt verstrekt. Gemaximeerde financiële : een financiële tegemoetkoming die tot een tegemoetkoming vastgesteld maximum wordt verstrekt. Algemeen gebruikelijk : naar geldende maatschappelijke normen tot het gangbare gebruiks- dan wel bestedingspatroon van een persoon als de persoon met beperkingen behorend. Meerkosten : kosten van een mogelijk krachtens de wet te verlenen voorziening, voorzover dit deel van de kosten uitgaat boven voor die persoon als algemeen gebruikelijk te beschouwen kosten van een dergelijke voorziening. Woonwagen : voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel kan worden verplaatst. Standplaats : een kavel, bestemd voor het plaatsten van een woonwagen en waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instelling of gemeenten kunnen worden aangesloten. Woonschip : elk vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot dag- of nachtverblijf van een of meer personen. Ligplaats : een door de gemeente aangewezen ligplaats welke door een woonschip wordt ingenomen. Hoofdverblijf : de feitelijke woonplaats van de persoon met beperkingen. Gemeenschappelijke ruimte : gedeelte(n) van een woongebouw, niet behorend tot de onderscheiden woningen, bestemd en noodzakelijk om de woning van de persoon met beperkingen vanaf de toegang van het woongebouw te bereiken of waarvan de persoon met beperkingen gebruik moet kunnen maken. Huisgenoot : iedere persoon met hetzelfde hoofdverblijf als de persoon met beperkingen, met uitzondering van de kamerhuurder en de kostganger. Budgethouder : een persoon aan wie ingevolge deze Verordening of een hieraan voorafgaande Wmo-verordening een persoonsgebonden budget is toegekend en die aan het college verantwoording over de besteding van het persoonsgebonden budget verschuldigd is. Uitraasruimte : een ruimte waarin een persoon met beperkingen die vanwege een gedragsstoornis ernstig ontremd gedrag vertoont zich kan afzonderen of tot rust kan komen. 2.. Alle begrippen die in deze Verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet en de Awb.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel