Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.3.

Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Diemen 2009

1.. Op het persoonsgebonden budget zijn de volgende voorwaarden van toepassing: een persoonsgebonden budget wordt alleen verstrekt op verzoek van de persoon met beperkingen of diens wettelijk vertegenwoordiger; een persoonsgebonden budget wordt alleen verstrekt indien daartegen geen overwegende bezwaren bestaan. 2.. In de beschikking tot toekenning van de voorziening waarvoor een persoonsgebonden budget wordt verstrekt wordt aangegeven op welke kosten het persoonsgebonden budget betrekking heeft en worden de toepasselijke voorwaarden, de omvang, de looptijd en de wijze van uitbetaling van het persoonsgebonden budget opgenomen. 3.. Bij de beschikking wordt, indien van toepassing, een programma van eisen verstrekt waarin aangegeven is aan welke vereisten de met het persoonsgebonden budget te verwerven voorziening dient te voldoen. Na aanschaf van de voorziening waarvoor het persoonsgebonden budget verstrekt is, dan wel in ieder geval in elk kalenderjaar, wordt aan het college door de budgethouder verantwoording afgelegd over de verkregen budgetten, door middel van: a. de nota/factuur van de aangeschafte voorziening; b. een betalingsbewijs van de aangeschafte voorziening, of c. een overzicht van de salarisadministratie. 5. De budgethouder is verplicht om het persoonsgebonden budget te besteden aan het doel waarvoor het is verstrekt. Het college kan nagaan of aan dit vereiste is voldaan. De tekst van dit artikel geldt per 28-4-2011 (zie Wijzigingsverordening en wijzingsbesluit maatschappelijke ondersteuning 24-2-2011).

Rechtspraak bij dit artikel