Het college kan op een daartoe strekkend verzoek een individuele studietoeslag verlenen. Om onduidelijkheid te voorkomen over de wijze waarop het verzoek moet worden ingediend, bepaalt artikel 2 van de verordening dat het verzoek moet worden gedaan middels een door het college ter beschikking gesteld formulier. Het verzoek wordt dan gezien als een aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1. van de Awb.
Een persoon die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij de arbeidsinschakeling (artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet) kan een aanvraag indienen voor een individuele studietoeslag. Deze persoon dient op datum van de aanvraag aan de voorwaarden te voldoen, zoals genoemd in artikel 36b, eerste lid van de Participatiewet. Hiervoor is wettelijk vereist dat deze persoon op de datum van de aanvraag:
18 jaar of ouder is; en
recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS); en
geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet heeft.
Daarnaast moet zijn vastgesteld dat:
hij of zij met voltijdse arbeid niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft; of
hij of zij een medisch urenbeperking heeft als bedoeld in artikel 6b van de Participatiewet.
Heeft de persoon geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie, dan komt de persoon voor een Wajong-uitkering in aanmerking en niet voor de individuele studietoeslag.
Dat een persoon recht moet hebben op studiefinanciering of een WTOS-tegemoetkoming, betekent niet dat deze persoon ook daadwerkelijk studiefinanciering of een tegemoetkoming moet ontvangen. Het recht op studiefinanciering bestaat, afhankelijk van iemands gekozen opleiding, leeftijd en inkomen. Of van dit recht gebruik gemaakt wordt, is niet in de Participatiewet geregeld en is geen vereiste voor het ontvangen van een individuele studietoeslag op grond van de Participatiewet. Voor het recht op een individuele studietoeslag is het dan ook voldoende dat een persoon recht heeft op studiefinanciering of een tegemoetkoming. De persoon zal - als aanvrager van de toeslag - aannemelijk moeten maken dat hij recht op studiefinanciering of een tegemoetkoming heeft, bijvoorbeeld door een beschikking van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) of door een bewijs van inschrijving bij een bepaalde opleiding te overleggen.
Artikel 12, ‘Onderhoudsplicht ouders’, artikel 43 ‘Vaststelling op aanvraag’, artikel 49, ‘Schuldenlast’ en artikel 52, ‘Voorschot’ van de Participatiewet zijn niet van toepassing bij verlening van de individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid, van de Participatiewet). De aanvraag moet worden ingediend bij het college. Een individuele studietoeslag kan niet als lening worden verstrekt als een persoon met de studietoeslag schulden wil aflossen. Artikel 49 van de Participatiewet is namelijk niet van toepassing op de individuele studietoeslag. Ook artikel 52 van de Participatiewet is niet van toepassing op de individuele studietoeslag. Dit maakt dat de individuele studietoeslag niet kan worden verstrekt in de vorm van een voorschot.
Met betrekking tot het criterium ‘niet het wettelijke minimumloon kunnen verdienen’ en ‘de medische urenbeperking’ beoordeelt het college aan de hand van beschikbare gegevens van het Uitvoeringsinstituut Werkgeversverzekeringen (UWV), eventuele eerdere medische keuringen en informatie vanuit het netwerk, zoals bijvoorbeeld school, of een persoon hieraan voldoet. Indien dit onvoldoende uitsluitsel geeft, wordt advies van een deskundige ingewonnen.
HOOFDSTUK 3
Artikel 2
Indienen verzoek, toekenning en verstrekking individuele studietoeslag
Onderdeel van Verordening individuele studietoeslag gemeente Midden-Delfland 2016