Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 3

Hoogte en duur individuele studietoeslag

Onderdeel van Verordening individuele studietoeslag gemeente Midden-Delfland 2016

In dit artikel is de hoogte van de individuele studietoeslag geregeld. Hierbij wordt de studietoeslag per persoon die voldoet aan de voorwaarden toegekend. Is er sprake van gehuwden die allebei afzonderlijk voldoen aan de voorwaarden voor een individuele studietoeslag, dan komen zijn afzonderlijk in aanmerking voor een individuele studietoeslag. Voor het bepalen van de hoogte van de toeslag, ligt het in de lijn om de vergelijking te trekken met het bedrag waarvan DUO uitgaat dat een student zelf bijverdient naast zijn studie, Dit bedrag ligt afgerond op € 295,- per maand. Het budget dat door het Rijk aan gemeenten wordt verstrekt voor de toeslag is hiervoor echter onvoldoende. Daarnaast dient te worden opgemerkt dat ook niet iedere scholier of student zonder arbeidsbeperking er in slaag om de door DUO veronderstelde € 295,- per maand bij te verdienen en zij worden daarvoor niet gecompenseerd. De voorwaarden voor en de hoogte van de individuele studietoeslag zijn binnen de arbeidsmarktregio Haaglanden regionaal afgestemd. Dit omdat scholieren en studenten uit deze gemeenten veelal dezelfde (regionale) scholen en opleidingsinstituten bezoeken. Daarom werd wenselijk geacht de hoogte van en de voorwaarden voor de toeslag regionaal af te stemmen. In schooljaar 2015/2016 bedroeg de individuele studietoeslag € 100,- per maand. Voor schooljaar 2016/2017 en verder is de hoogte van de toeslag regionaal bepaald op € 150,- per maand. Dit omdat het aantal aanvragen in schooljaar 2015/2016 is achterbleven en de beschikbare budgetten onderbesteed bleven. Omdat de toeslag vooral is bedoeld als stimulans, wordt de toeslag halfjaarlijks achteraf verstrekt. Dit voorkomt tevens mogelijke terugvorderingen, indien halverwege een schooljaar niet langer aan de voorwaarden wordt voldaan. De individuele studietoeslag wordt op basis van de aanvraag eenmalig toegekend en halfjaarlijks getoetst. Indien belanghebbende niet meer aan de voorwaarden voldoet, wordt de toeslag vanaf dat moment beëindigd en naar rato uitbetaald. Het college verrekent geen inkomsten uit arbeid met de toeslag, omdat de toeslag een bijbaantje niet in de weg mag staan. Heeft de scholier of student toch een bijbaantje, dan blijft onverkort recht bestaan op de toeslag.

Rechtspraak bij dit artikel