Naar hoofdinhoud

Afdeling II

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Parkeerverordening 2017

1.. Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen: op verzoek van de vergunninghouder; wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de vergunning is verleend, metterwoon verlaat of het daar uitgeoefende beroep of bedrijf beëindigt; wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de vergunning; wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt te vervallen; wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften; wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt; om redenen van openbaar belang; indien de vergunningverlening onjuist was en de vergunninghouder dit wist of behoorde te weten. 2.. Een besluit tot het intrekken van of wijzigen van een vergunning is met redenen omkleed. De betrokkene wordt van het intrekken of wijzigen van de vergunning schriftelijk in kennis gesteld. 3.. De vergunninghouder is verplicht wijzigingen in één van de omstandigheden, die relevant waren voor het verlenen van de vergunning, binnen een maand te melden bij het college.

Rechtspraak bij dit artikel