Bor Bijlage II art 4 onderdeel 4
Een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw
Dakkapel:
voorzien van een plat dak,
hoogte vanaf de voet van de dakkapel maximaal 1,75 m,
onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet, enafstanden tot dakvoet, daknok en zijkanten dakvlak tenminste 0,5 m, met dien verstande dat een gekoppelde dakkapel bij twee-onder-een-kapwoningen is toegestaan.
Dakopbouw, inclusief bouwdelen van ondergeschikte aard:
aan achterzijde,
afgestemd op eventuele andere dakopbouwen aan het zelfde bouwblok,
bij nokverhoging: voordakvlak met zelfde helling verlengen naar nok.
Uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard: in alle gevallen.
Isoleren van een gebouw: in alle gevallen.
Hoofdstuk 3
Artikel 4