Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 11

Buitenlandse reizen

Onderdeel van Gedragscode college van burgemeester en wethouders

1.. Een collegelid, dat als zodanig het voornemen heeft een buitenlandse reis te maken, heeft toestemming nodig van het college. 2.. Een collegelid, dat het voornemen van een reis meldt, verschaft informatie over het doel van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap en de geraamde kosten. 3.. Uitnodigingen voor reizen, werkbezoeken en dergelijke, op kosten van derden, worden altijd besproken in het college en onder meer getoetst op het risico van belangenverstrengeling. Het gemeentelijk belang van de reis is doorslaggevend voor de besluitvorming. 4.. Van de reis wordt een verslag opgesteld en aan het college aangeboden. 5.. Het ten laste van de gemeente meereizen van de partner van een collegelid is uitsluitend toegestaan wanneer dit gebeurt op uitnodiging van de ontvangende partij en het belang van de gemeente daarmee gediend is. Het meereizen van de partner wordt bij de besluitvorming van het college betrokken en het college kan alleen besluiten om de reiskosten van de meereizende partner voor rekening van de gemeente te nemen als aangetoond is dat er een gemeentelijk belang mee gediend is. 6.. Het anderszins meereizen van derden op kosten van de gemeente is niet toegestaan. Het meereizen van derden op eigen kosten is toegestaan en wordt in dat geval bij de besluitvorming van het college betrokken. 7.. Het verlengen van een buitenlandse reis voor privédoeleinden is toegestaan, mits dit is betrokken bij de besluitvorming van het college. De extra reis- en verblijfkosten komen volledig voor rekening van het collegelid. 8.. De in verband met de buitenlandse reis gedane functionele uitgaven worden vergoed conform de geldende regelingen. Uitgaven worden vergoed voor zover zij redelijk en verantwoord worden geacht.

Rechtspraak bij dit artikel