**1..** Integriteit is een belangrijke voorwaarde voor de collegeleden bij hun handelen. De belangen van de gemeenschap zijn het primaire richtsnoer.
**2..** Bestuurlijke integriteit houdt in, dat de verantwoordelijkheid, die met de functie samenhangt, wordt aanvaard en dat er de bereidheid is om daarover verantwoording af te leggen. Verantwoording wordt afgelegd aan collega-bestuurders, de gemeenteraad en aan de gemeenschap voor wie de collegeleden hun functies vervullen.
**3..** Een aantal kernbegrippen is daarbij leidend en plaatst integriteit in een breder perspectief:
Respect en vertrouwen Collegeleden handelen jegens elkaar, de gemeenteraad en de ambtenaren op basis van respect en vertrouwen.
Dienstbaarheid Het handelen van een collegelid is altijd en volledig gericht op het belang van de gemeenschap als geheel. Organisaties, ondernemers en burgers maken daar onderdeel vanuit.
Functionaliteit Het handelen van een collegelid is in overeenstemming met de functie, die hij/zij vervult.
Onafhankelijkheid Er treedt tijdens het handelen van een collegelid geen vermenging op met oneigenlijke belangen. Zelfs de schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden.
Openheid Het handelen van het college is transparant, opdat optimale verantwoording mogelijk is en de controlerende organen volledig inzicht hebben in het handelen van het college en zijn/haar beweegredenen daarbij.
Betrouwbaarheid Op een collegelid moet men kunnen rekenen en hij/zij houdt zich aan zijn/haar afspraken. Kennis en informatie, waarover hij/zij uit hoofde van zijn/haar functie beschikt, wendt hij/zij aan voor het doel waarvoor die zijn gegeven.
Zorgvuldigheid Het handelen van een collegelid is zodanig, dat alle belangen van organisaties, ondernemers en burgers op correcte wijze worden afgewogen.