Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Toetsings- en beoordelingscriteria

Onderdeel van Beleidsregels mantelzorgwoningen 2016

Burgemeester en wethouders kunnen met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2 van de (Wabo), afwijken van het bestemmingsplan of de beheerverordening voor het realiseren van een mantelzorgwoning bij een woning indien: Er bij de woning nog geen (vergunningsvrije) mantelzorgwoning aanwezig is; De mantelzorgontvanger een origineel getekende schriftelijke verklaring overlegt van een huisarts, of het sociaal wijkteam waaruit de behoefte blijkt voor mantelzorg als bedoeld in artikel 1 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor); Met het overleggen van die schriftelijke verklaring dient, ook in situaties waarin de mantelzorgvoorziening vergunningsvrij wordt gerealiseerd, hiervan tevens een melding bij het college van burgemeester en wethouders plaats te vinden; Het college van burgemeester en wethouders houdt een register bij van percelen, waarop een mantelzorgvoorziening is gerealiseerd; Het huishouden in de mantelzorgwoning bestaat uit maximaal twee personen, van wie tenminste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning; Gebleken is dat de mantelzorgwoning niet vergunningsvrij kan worden gerealiseerd; De woning waarbij de mantelzorgwoning is voorzien niet is bestemd als recreatiewoning, bedrijfswoning op een militair terrein of gestapelde woning of het een illegale woning of onbewoonbaar verklaarde woning betreft; Burgemeester en wethouders hanteren daarbij de volgende uitgangspunten: Er is geen sprake van onevenredige aantasting van in het geding zijnde belangen, waaronder begrepen die van omwonenden en omliggende bedrijven, de verkeersveiligheid, de stedenbouwkundige structuur en/of milieu hygiënische belemmeringen en; De mantelzorgwoning wordt zodanig gesitueerd dat deze een ruimtelijke eenheid vormt met de woning waarbij de mantelzorgwoning wordt gerealiseerd. Inpandige aanpassingen zijn ook mogelijk. De mantelzorgwoning wordt daarvoor geheel binnen een afstand van maximaal 15 m van een gevel van het hoofdgebouw geplaatst (niet op het voorerf/voortuin)en; Het gebruik als mantelzorgwoning is van tijdelijke aard, gedurende de periode dat een dergelijke voorziening ook daadwerkelijk nodig is; De voorzieningen voor mantelzorg in het pand dienen van zodanige aard te zijn, dat het pand, nadat de mantelzorg is beëindigd, op een eenvoudige wijze en zonder veel kosten weer in de oude staat kan worden teruggebracht en; De oppervlakte van de mantelzorgwoning bedraagt maximaal 100 m2 en de goothoogte bedraagt maximaal 3,5 meter.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel