De in deze verordening genoemde leges worden, voor zover daarin niet reeds op andere plaatsen van deze verordening is voorzien, niet geheven voor:
het afgeven van bewijzen van onvermogen;
het afgeven van stukken, nodig voor de ontvangst voor pensioenen, lijfrenten, wachtgelden, loon of bezoldiging;
het afgeven van beschikkingen op verzoekschriften/aanvragen en bezwaarschriften ter zake van plaatselijke belastingen;
de aan belanghebbende uitgereikt wordende beschikkingen of afschriften daarvan, houdende aanstelling, benoeming, bevordering, ontslag, toekenning van bezoldiging, vergoeding of toelage, dan wel verhoging hiervan, betrekkelijk enige gemeentelijke functie of dienstverrichtingen jegens de gemeente;
de aan belanghebbende uitgereikt wordende beschikkingen of afschriften daarvan, houdende beslissing op een verzoek/aanvraag om subsidie uit de gemeentekas;
diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald;
diensten met betrekking tot een aanvraag tot verlening of gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning of wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning, voor zover die aanvraag betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
het in behandeling nemen van een aanvraag tot verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover het een activiteit betreft bedoeld in artikel 2.2a van het besluit omgevingsrecht (omgevingsvergunning beperkte milieutoets).
Artikel 9
Zakelijke vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van de leges 2017