De deelnemende gemeenten verbinden zich als volgt bij te dragen in de kosten van het lichaam:
jaarlijks worden door het algemeen bestuur de kosten vastgesteld, welke aanwijsbaar ten laste komen van een bepaalde gemeente;
het dagelijks bestuur stelt de vergoeding vast, welke de woongemeente dient te betalen voor de kosten welke zijn verbonden aan de plaatsing en de tewerkstelling van personen met wie geen dienstbetrekking wordt aangegaan volgens de Wsw.;
een eventueel nadelig exploitatiesaldo wordt ten laste van de gemeenten gebracht op basis van de verdeelsleutel 30/70 waarbij 30% van het nadelig saldo aan de gemeenten wordt toegerekend op basis van het aantal inwoners van iedere gemeente per 1 januari van het betreffende boekjaar en 70 % van dat saldo op basis van het aantal werknemers (SW-FTE's) van iedere gemeente eveneens per 1 januari van het betreffende boekjaar.
in afwijking van het bepaalde in lid c wordt voor het eerste jaar van het lichaam en de daarop volgende vier jaren een eventueel nadelig exploitatiesaldo ten laste van de gemeenten gebracht op grondslag van het onderhandelingsaccoord. De gemeenten, die voorheen deelnamen in het werkvoorzieningschap Zaanstreek verdelen het toegerekende verlies onderling nader op basis van het aantal SW-fte's per 1 januari van het betreffende boekjaar terwijl de gemeenten die deelnamen in het werkvoorzieningschap Waterland 30 % van het toegerekende verlies verdelen op basis van het aantal inwoners per 1 januari van het betreffende boekjaar en 70 % op basis van het aantal fte's, afkomstig uit betreffende gemeente;
Hoofdstuk VI.
Artikel 37.
Artikel 37.
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling inzake werkvoorzieningsschap Zaanstreek-Waterland