Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II.

Artikel 10.

Artikel 10.

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling inzake werkvoorzieningschap Zaanstreek-Waterland

1.. Een lid van het algemeen bestuur mag: niet als advocaat, procureur, gemachtigde of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van het openbaar lichaam of ten behoeve van het bestuur van het openbaar lichaam in geschillen. niet als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het aangaan van overeenkomsten als bedoeld in het 1e lid, sub c van dit artikel. rechtstreeks noch middellijk een overeenkomst aangaan betreffende: 1e het aannemen van werk ten behoeve van het openbaar lichaam; 2e het buiten dienstbetrekking tegen beloning doen van verrichtingen ten behoeve van het openbaar lichaam; 3e het doen van leveranties aan het openbaar lichaam; 4e het verhuren van enig goed, met uitzondering van onroerende zaken; 5e het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van het openbaar lichaam; 6e het van het openbaar lichaam onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen; 7e het onderhands huren of pachten van het openbaar lichaam; geen gesalarieerde betrekking bij het openbaar lichaam vervullen; 2.. Van het bepaalde in het eerste lid onder c kunnen gedeputeerde staten ontheffing verlenen. 3.. Wanneer is gehandeld in strijd met het eerste lid, is artikel X 8, eerste tot en met vijfde lid, van de Kieswet van overeenkomstige toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel