Naar hoofdinhoud
Het mandaat strekt zich uit over de navolgende taken en bevoegdheden: het verlenen van voorschotten, voor zover dit bij wettelijk voorschrift of bij subsidieverlening is bepaald; het betalen van voorschotten overeenkomstig de voorschotverlening; het betalen van het subsidiebedrag overeenkomstig de subsidievaststelling onder verrekening van betaalde voorschotten; het opschorten van de verplichting tot betaling van een subsidiebedrag of een voorschot, met ingang van de dag waarop gedeputeerde staten de subsidieontvanger schriftelijk in kennis heeft gesteld van het ernstige vermoeden dat er grond bestaat om toepassing te geven aan artikel 4:48 of 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht, tot en met de dag waarop de beschikking omtrent intrekking of wijziging is bekendgemaakt of de dag waarop sedert de kennisgeving van het ernstige vermoeden dertien weken is verstreken; terugvordering van onverschuldigd betaalde subsidiebedragen of voorschotten; beoordelen van volledige subsidieaanvragen; opstellen van adviesdocumenten en beschikkingsbrieven; besluit tot subsidietoekenning nemen, welke met Gedeputeerde Staten wordt afgestemd; financiële beheer voeren van de beschikte projecten; voortgangsrapportages beoordelen; voorschotverzoeken controleren; voorschotten uitbetalen; behandelen wijzigingsverzoeken; beoordelen vaststellingsverzoeken; halfjaarlijkse rapportages opstellen met daarin de stand van zaken met betrekking tot het beheer van de projecten; opstellen eindverslag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel