Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 11.

Artikel 61

Vaststelling subsidie

Onderdeel van Algemene subsidieverordening gemeente Horst aan de Maas

1.. Het college stelt de subsidie overeenkomstig de subsidieverlening vast voor 1 juli van het kalenderjaar volgend op het jaar waarop de subsidie betrekking heeft. 2.. De aanvrager dient hiertoe voor 1 april van het kalenderjaar volgend op het jaar waarop de subsidie betrekking een inhoudelijk verslag en een financieel verslag bij het college in. 3.. De subsidie kan naast de gevallen als vermeld in artikel 4:46, tweede en derde lid, van de Awb, lager worden vastgesteld, indien: is gebleken, dat de subsidie aan andere actitviteiten is besteed dan waarvoor zij is aangevraagd of verstrekt; de subsidieontvanger feitelijk niet of niet voldoende overeenkomstig zijn doelstellingen werkzaam is en hierin ondanks ontvangen schriftelijke waarschuwing geen verandering brengt; de subsidieontvanger een financieel wanbeleid voert; de rechtspersoon bij rechterlijk vonnis is ontbonden; bij de subisidieontvanger conservatoir of executoriaal beslag is gelegd op het vermogen of een deel ervan; aan de subsidieontvanger surseance van betaling is verleend; de subsidieontvanger in staat van faillissement is verklaard. 4.. Het college kan, zolang de subsidie niet is vastgesteld, de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen als zich een geval voordoet als genoemd in artikel 4:48, eerste lid en artikel 4:50, eerste lid, van de Awb, of een geval als genoemd in het derde lid. In het geval van toepassing van artikel 4:50 van de Awb moet een redelijke termijn in acht worden genomen. 5.. Het college kan een vastgestelde subsidie intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen in de gevallen als genoemd in artikel 4:49, eerste lid, van de Awb.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel