Naar hoofdinhoud
1.. Als het verstrekken van een investeringssubsidie heeft geleid tot vermogensvorming is de subsidieontvanger daarvoor een vergoeding verschuldigd in de volgende gevallen: de subsidieontvanger vervreemdt of wijzigt de bestemming van voor het verrichten van de voor gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen; de gesubsidieerde activiteiten worden geheel of gedeeltelijk beëindigd; de subsidieontvanger ontvangt een schadevergoeding voor verlies of beschadiging van voor het verrichten van de voor gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen; de rechtspersoon die de subsidie ontving wordt ontbonden. 2.. Als de subisideontvanger zijn vermogen geheel of in overwegende mate ontleent aan de subsidie, is de maximale vergoeding verschuldigd. 3.. Als het tweede lid niet an toepassing is, wordt de hoogte van de vergoeidng bepaald naar evenredigheid van de hoogte van het subsidiebedrag op het totaal van de inkomsten. 4.. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding wordt verschuldigd, met dien verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeidng door subsidieontvanger wrodt ontvangen. 5.. Als het onroerende zaken betreft, gebeurt de waardebepaling door een onafhankelijke deskundige.

Rechtspraak bij dit artikel