Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 3

Artikel 11

Algemene verplichtingen TTO

Onderdeel van Taxiverordening Eindhoven 2016

1.. Een TTO: a.. zorgt ervoor dat de daarbij aangeslotenen een taxipas gebruiken en ook de daarvoor door het college te stellen nadere regels in acht nemen; b.. moet er voor zorgen dat de daarbij aangeslotenen over een toegelaten daklicht van de TTO beschikken, daar correct gebruik van maken en dat het daklicht niet meer wordt gebruikt als de TTO-vergunning is ingetrokken of vervallen dan wel de chauffeur niet langer bij de TTO is aangesloten of niet langer voldoet aan de het reglement van de TTO; c.. moet er voor zorgen dat de daarbij aangeslotenen correct gebruik maken van de door het college aan te wijzen busbaan; d.. moet onder andere in het geval van klachten, calamiteiten of op verzoek van het college relevante gegevens van de betrokken chauffeur of chauffeurs overleggen aan het college; e.. moet zijn aangesloten bij een geschillencommissie die minimaal voldoet aan de bepalingen als bedoeld in artikel 77 van de wet; f.. moet alleen natuurlijke personen in het bestuur hebben en inzichtelijk maken welke persoon daarvan aanspreekpunt is en welke persoon daarvan woordvoerder is; g.. moet een actuele registratie van gegevens hebben die voldoet aan de door het college te stellen eisen; h.. moet een reglement hebben, dat in ieder geval voldoet aan de bij of krachtens deze verordening bepaalde uitgangspunten en voor de naleving hiervan zorgen; i.. moet zorgen voor het continu optimaliseren van straten-, stads- en talenkennis van de aangesloten chauffeurs evenals hun sociale vaardigheden; j.. moet wijziging van de gegevens, zoals deze bij de aanvraag zijn ingediend, meteen aan het college doorgeven; k.. moet er voor zorgen dat aangeslotenen een ritbewijs voorzien van naam en contactgegevens van de TTO aan de klant kunnen geven; l.. moet periodiek haar prestaties aan het college verantwoorden door het verstrekken van rapportages. Het college kan nadere eisen stellen aan de inhoud en de frequentie van deze rapportages; 2.. De bestuursleden en vertegenwoordigers van de TTO moeten zich naar het oordeel van het college gedragen op een wijze die de kwaliteit van taxivervoer niet aantast. 3.. De TTO moet conform het gemeentelijke model verklaringen van alle aangeslotenen hebben waaruit blijkt dat aangeslotenen zich conformeren aan het in artikel 8, onder i, van de verordening bedoelde reglement en moet op verzoek van het college een afschrift hiervan overleggen. 4.. De TTO moet op verzoek van het college meteen informatie overleggen met betrekking tot de ingevolge het eerste lid, onder g, door de TTO geregistreerde gegevens. 5.. De TTO moet zo spoedig mogelijk actuele informatie aan het college verstrekken aangaande: veranderingen aan de voorgeschreven kenmerken van de daklichten; wijzigingen in het bestand van aangeslotenen; wijzigingen die betrekking hebben op de natuurlijke persoon die aanspreekpunt is voor de TTO of in de rechtspersoon van de TTO; wijzigingen in het reglement van de TTO. 6.. Het college kan nadere regels geven over opleidingseisen ter bevordering van de kwaliteit van het taxivervoer. De TTO moet erop toezien dat de aangesloten chauffeurs voldoen aan deze opleidingseisen. 7. De TTO moet een vergunningaanvraag doen, als bedoeld in artikel 6, telkens wanneer een natuurlijk persoon toetreedt tot het bestuur van de TTO.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel