Het college kan een TTO-vergunning geheel of gedeeltelijk intrekken als:
1. de vergunninghouder daar om vraagt;
2. de vergunning is verleend in strijd met een wettelijk voorschrift;
3. zich een wijziging voordoet in de omstandigheden en voor zover die gewijzigde omstandigheden zich naar het oordeel van het college verzetten tegen het in stand laten van de verleende vergunning;
4. dit naar het oordeel van het college in het belang van de kwaliteit van taxivervoer noodzakelijk is, onder meer vanwege veranderde wetgeving, gewijzigde omstandigheden of inzichten.
5. Van een wijziging in de omstandigheden zoals bedoeld in het derde lid van dit artikel is in elk geval sprake indien een natuurlijk persoon toetreedt tot het bestuur van de TTO.
Hoofdstuk › Paragraaf 3
Artikel 13
Gronden voor gehele of gedeeltelijke intrekking TTO-vergunning
Onderdeel van Taxiverordening Eindhoven 2016