20.1 De leden van het dagelijks bestuur hebben ieder één (1) stem.
20.2 Indien, bijvoorbeeld door wijziging van de Wet, de besluitvorming over de onderwerpen genoemd in artikel 15.4 bij het dagelijks bestuur zou komen te liggen, kunnen de betreffende besluiten uitsluitend genomen worden met unanimiteit van stemmen in een vergadering waarin alle, al dan niet plaatsvervangende, leden van het dagelijks bestuur aanwezig zijn.
Paragraaf
Artikel 20