Naar hoofdinhoud
33.1 Indien en voor zover de GR niet in staat is om haar (opeisbare) verplichtingen (waaronder begrepen verplichtingen strekkende tot gehele of gedeeltelijke aflossing van hoofdsommen, betaling van rente en/of kosten en/of afwikkeling van posities) jegens de bancaire financiers van de GR, waaronder begrepen wederpartijen in het kader van derivatentransacties, tijdig en adequaat na te komen, zijn de gemeenten en de provincie onvoorwaardelijk en onherroepelijk verplicht om de GR, in een verdeling met overeenkomstige toepassing van artikel 32, binnen tien (10) kalenderdagen na een daartoe strekkend verzoek, afkomstig van de GR, van voldoende gelden te voorzien om de GR in staat te stellen aan vorenbedoelde verplichtingen te voldoen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel