38.1 De regeling kan worden gewijzigd en opgeheven bij daartoe strekkende, gelijkluidende besluiten van de deelnemers.
38.2 In een besluit tot opheffing van de regeling worden tevens de gevolgen van de opheffing voor de gemeenten en de provincie geregeld.
38.3 Ter uitvoering van de liquidatie blijft het algemeen bestuur zo nodig na het tijdstip van opheffing van de regeling in functie.
38.4 Een batig liquidatie saldo zal bij liquidatie ten gunste worden gebracht in de verhouding zestig staat tot veertig (60:40) tussen de provincie enerzijds en de gemeenten anderzijds. Het ten gunste van de gemeenten komende aandeel in het batig saldo wordt verdeeld naar evenredigheid van het inwonertal op 1 januari van het betrokken jaar
38.5 Een besluit tot opheffing kan niet inhouden een verplichting tot bijdrage van de gemeenten en de provincie in een negatief liquidatie saldo, behoudens voorafgaande goedkeuring van ieder van de deelnemers. Indien besloten wordt tot een verplichting tot een bijdrage in een negatief liquidatiesaldo is artikel 38.4 van overeenkomstige toepassing op de verdeling.
Paragraaf
Artikel 38