Naar hoofdinhoud
1.. De leden van het dagelijks bestuur zijn gezamenlijk en ieder afzonderlijk het algemeen bestuur verantwoording schuldig voor het door het dagelijks bestuur gevoerde beleid en zijn gehouden binnen een door het algemeen bestuur of door één of meer leden daarvan te stellen termijn de gevraagde inlichtingen te verstrekken en kunnen ter zake door het algemeen bestuur ter verantwoording worden geroepen. De wijze waarop de verantwoording over het gevoerde beleid plaatsvindt wordt bepaald in het Reglement van Orde voor de vergadering van het algemeen bestuur. 2.. Een lid van het algemeen bestuur is met inachtneming van het bepaalde in artikel 16, lid 5 van de Wet gemeenschappelijke regelingen gehouden aan de raad die dit lid heeft aangewezen de door één of meer leden van die raad gevraagde inlichtingen te verstrekken volgens de regels welke in de onderscheiden gemeenten voor binnen-gemeentelijke informatie en verantwoordingswijzen gelden. 3.. Het algemeen- en het dagelijks bestuur zijn ieder voor zich gehouden schriftelijk en binnen een redelijke termijn aan de raden van de deelnemende gemeenten de door één of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen te verstrekken. 4.. Het algemeen- en dagelijks bestuur zijn ieder voor zich verplicht op verzoek van gedeputeerde staten en/of de gemeentebesturen van bericht en raad te dienen omtrent alle zaken welke deze regeling betreffen. Zij zijn bevoegd ongevraagd aan de gemeentebesturen advies te geven of voorstellen te doen welke zij in verband met deze regeling nodig achten. 4.. Het algemeen- en het dagelijks bestuur zijn ieder voor zich verplicht op verzoek van gedeputeerde staten en/ of de gemeentebesturen van bericht en raad te dienen omtrent alle zaken welke deze regeling betreffen. Zij zijn bevoegd ongevraagd aan de gemeentebesturen advies te geven of voorstellen te doen welke zij in verband met deze regeling nodig achten. II COMMISSIES

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel