Als een belanghebbende een door het college opgelegde verplichting als
bedoeld in artikel 55 van de Participatiewet niet of onvoldoende nakomt,
wordt een verlaging toegepast. De verlaging wordt vastgesteld op:
20 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het
niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot
arbeidsinschakeling;
20 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het
niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die verband
houden met de aard en het doel van een bepaalde vorm van
bijstand;
40 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het
niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot
vermindering van de bijstand;
100 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het
niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot
beëindiging van de bijstand.
Hoofdstuk 4.
Artikel 14.
Niet nakomen van overige verplichtingen
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Urk 2015