Twee jaar na de instelling van de WMO-adviesraad, of zoveel eerder als de WMO-adviesraad dit nodig oordeelt, evalueert hij zijn werkzaamheden op effectiviteit en efficiëntie. Aan de hand van de uitkomsten verbetert hij de eigen werkwijze en doet voorstellen tot eventuele gewenste aanpassingen in deze regeling.