Verstrekking van een toegekende gemeentelijke vangnetvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op schriftelijk gemotiveerd verzoek van de jeugdige en/of ouders.

Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien:

op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget;

als de gespreksvoerder bepaalt dat de gekozen ondersteuning niet adequaat is;

als uit onderzoek is gebleken dat de cliënt, jeugdige en/of ouders een eerder persoonsgebonden budget niet in overeenstemming met doel en/of bestemming heeft ingezet;

De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt, kan de jeugdhulp onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk:

de aard van gevraagde ondersteuning overstijgt de reikwijdte van wat als algemeen gebruikelijke hulp en inzet voor elkaar wordt beschouwd;

de (beoogde) uitvoerder van het pgb aannemelijk kan maken dat de hulp aan de jeugdige en/of zijn ouders voor hem niet leidt tot overbelasting;

het pgb niet zal worden gebruikt voor de betaling van tussenpersonen of belangenbehartigers;

de (beoogde) uitvoerder van het pgb op geen op geen enkele wijze druk op de ontvanger van het pgb heeft uitgeoefend bij zijn besluitvorming.