Als beleidsuitgangspunt wordt als regel gekozen voor het direct toepassen van bestuursdwang en niet voor het opleggen van een dwangsom. Bestuursdwang is een directer middel dat, in tegenstelling tot de dwangsom, (op termijn) tot feitelijke beëindiging van de overtreding zal leiden;
Bij het toepassen van bestuursdwang wordt in principe gekozen voor sluiting van de woning c.q. het lokaal. Dit wordt als de meest effectieve maatregel beschouwd om de met de Opiumwet strijdige situatie te doen beëindigen en herhaling ervan te voorkomen;
Bij wijze van uitzondering kan in concrete gevallen, waar het middel van sluiting niet adequaat of niet evenredig is, bekeken worden welke andere vorm van bestuursdwang dient te worden toegepast of dat toch een last onder dwangsom wordt opgelegd. Indien een last onder dwangsom wordt opgelegd, is afdeling 5.3.2 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing;
De sluitingsbevoegdheid van de burgemeester op basis van artikel 13b van de Opiumwet en de overige daarmee samenhangende maatregelen kunnen uitsluitend toepassing krijgen op basis van schriftelijke bewijsstukken;
Bij gebruikmaking van de bevoegdheid genoemd in artikel 13b, eerste lid van de Opiumwet, is afdeling 5.3.1 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing;
Aangezien op het sluitingsbevel afdeling 5.3 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, moet het schriftelijke bevel worden aangemerkt als een beschikking, als bedoeld in het eerste lid van artikel 5:9 van de Awb. Alleen als de situatie dermate spoedeisend is dat het bestuursorgaan de beslissing tot toepassing van bestuursdwang niet tevoren op schrift kan stellen, dan moet de opschriftstelling zo spoedig mogelijk plaatsvinden nadat de bestuursdwang is toegepast (art. 5:31 lid 2 Awb);
Bij de procedure tot sluiting van een woning of lokaal op grond van artikel 13b Opiumwet worden de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht in acht genomen. Alvorens over te gaan tot het daadwerkelijk sluiten van een woning of lokaal zal aan belanghebbenden de gelegenheid worden geboden een zienswijze in te dienen op het voorgenomen besluit;
Ingevolge artikel 5:24, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht dient in het besluit tot toepassing van bestuursdwang een termijn te worden gesteld waarbinnen de belanghebbende de tenuitvoerlegging van het bevel, zijnde de daadwerkelijke sluiting van overheidswege, kan voorkomen door zelf tot sluiting over te gaan. Als zich echter een spoedeisende situatie voordoet, kan bestuursdwang worden toegepast zonder voorafgaande last. Bij de aanpak van hennepteelt, drugshandel en -productie zal daarvan als regel sprake zijn;
Als begunstigingstermijn bij lokalen is een periode van drie uur aangehouden waarbinnen betrokkene zelf in de gelegenheid wordt gesteld om gehoor te geven aan de opgelegde last. Bij woningen is de begunstigingstermijn gesteld op 24 uur;
Indien de begunstigingstermijn door de overtreder niet wordt gebruikt om het bevel tot sluiting zelf ten uitvoer te brengen, effectueert de burgemeester de sluiting van gemeentewege op kosten van de overtreders;
Indien feitelijk tot sluiting wordt overgegaan, wordt de woning of het lokaal voor publiek ontoegankelijk gemaakt. Na sluiting is het verboden de woning of het lokaal te betreden, een en ander op basis van artikel 2:41, lid 2, van de Algemene plaatselijke verordening 2011;
De duur van de sluiting is afhankelijk van de overtreding en van de vraag of de woning/het lokaal reeds eerder gesloten is geweest en varieert van een sluiting voor drie maanden tot een sluiting voor onbepaalde tijd. De duur van de sluiting is bedoeld om de loop van eventuele drugsgebruikers en -handelaren naar het pand er uit te halen en vervolgens een situatie te bereiken waarin de sluiting van het pand kan worden opgeheven;
Artikel 13b Opiumwet raakt het recht op respect voor de woning zoals dat is vastgelegd in artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Gebruik maken van bestuursdwang wordt in beginsel toelaatbaar geacht wanneer:
er sprake is van een verboden situatie en/of overtreding van een wettelijk voorschrift;
het belang van daadwerkelijk optreden zorgvuldig wordt gemotiveerd, en
de op te leggen maatregel in redelijke verhouding staat tot de overtreding en een lichtere maatregel geen uitkomst biedt. Voldaan moet zijn aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit;
Wanneer sprake is van een woning waarin kamerverhuur plaatsvindt en de handel in drugs in één van de verhuurde kamers is geconstateerd, dan kan bij een tweede of latere overtreding een gedeeltelijke sluiting van de woning worden overwogen. Drugshandel in huurwoningen zal, indien mogelijk, door middel van de gemaakte afspraken in het convenant “integrale aanpak hennepkwekerijen” worden aangepakt door ontbinding van het huurcontract;
Bij toepassing van de bevoegdheid voortvloeiende uit artikel 13b Opiumwet wordt aansluiting gezocht bij de artikelen 2, 3, 10 en 11 Opiumwet. Omtrent het “verkopen, afleveren, verstrekken dan wel daartoe aanwezig hebben” van verdovende middelen wordt aansluiting gezocht bij de Aanwijzing Opiumwet. Concreet betekent dit dat er sprake is van een overtreding bij een hoeveelheid softdrugs -waaronder hennep in al zijn verschijningsvormen, met uitzondering van de zaden - van meer dan5 gram, en van een misdrijf bij een hoeveelheid harddrugs van meer dan 0,5 gram. Met het oog op de jurisprudentie geldt ook het hebben van een handelsvoorraad van nog niet geoogste planten als sluitingsgrond in de zin van artikel 13b;
Het besluit tot sluiting van een woning of lokaal op grond van artikel 13b Opiumwet wordt geregistreerd en gepubliceerd in de zin van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (WKPB). Het WKPB-register houdt deze publiekrechtelijke beperkingen betreffende het onroerende zaak bij. Indien de sluiting wordt opgeheven, wordt dit ook aangepast in het WKPB-register.