Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
Medewerker: de ambtenaar in de zin van artikel 1:1, lid 1 sub a van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling/Uitwerkingsovereenkomst;
Functie: het geheel van werkzaamheden dat uit de vastgelegde doelstelling en taken van de gemeenten is af te leiden en dat door één of meerdere medewerker(s) is te verrichten. Het geheel van werkzaamheden is vastgelegd in de voor de functie vastgestelde functiefamilie en bandbreedte;
College: het college van burgemeester en wethouders;
Leidinggevende: de hiërarchisch direct leidinggevende van de medewerker;
Naasthogere leidinggevende: het afdelingshoofd dat daartoe gemandateerd door het college van burgemeester en wethouders het eindoordeel van het resultaatgesprek vaststelt;
Gesprekkencyclus: de cyclus van een jaar die ten behoeve van een beslissing met rechtspositionele gevolgen dan wel op verzoek van de medewerker wordt gevormd door het planningsgesprek, het voortgangsgesprek en het resultaatgesprek. De gesprekcyclus heeft tot doel het vastleggen van een eindoordeel over het functioneren van de medewerker op basis van de werkafspraken, de competentieafspraken en de mogelijke ontwikkelafspraken;
Jaargesprek: het gesprek dat eenmaal per jaar plaatsvindt tussen de leidinggevende en de medewerker waarin het functioneren en de ontwikkeling van de medewerker worden vastgelegd. In het jaargesprek zijn beslissingen met rechtspositionele gevolgen niet aan de orde, met uitzondering van de beslissing tot het toekennen van een periodieke verhoging of een extra periodieke verhoging als bedoeld in artikelen 3 en 4 van de Beloningsregeling 2016;
Competenties: de voor de functie vastgestelde gedragskenmerken en houdingskenmerken vereist voor de houding en het gedrag van de medewerker die behoren bij een goede vervulling van de functie door de medewerker;
Planningsgesprek: het gesprek dat eenmaal per jaar plaatsvindt tussen de leidinggevende en de medewerker over de werkafspraken, de competentieafspraken en, indien van toepassing, de ontwikkelafspraken;
Voortgangsgesprek: het gesprek dat eenmaal per jaar plaatsvindt tussen de leidinggevende en de medewerker waarin wordt vastgelegd een tussentijdse evaluatie van de in het planningsgesprek gemaakte werkafspraken, de competentieafspraken en, indien van toepassing, de ontwikkelafspraken;
Resultaatgesprek: het gesprek dat eenmaal per jaar plaatsvindt tussen de leidinggevende en de medewerker waarin op basis van de werkafspraken, de competentieafspraken en, indien van toepassing, de ontwikkelafspraken door de leidinggevende een eindoordeel wordt vastgelegd over het functioneren van de medewerker;
Informant: de door de leidinggevende aangewezen collega van de medewerker met wie een functionele relatie bestaat dan wel een leidinggevende met wie een interne klantrelatie bestaat, die feiten en/of omstandigheden naar voren kan brengen ten behoeve van het voortgangsgesprek en/of het resultaatgesprek;
Gespreksondersteuner: de collega van de medewerker en/of de raadsman die de medewerker op zijn verzoek bijstaat in het planningsgesprek; het voortgangsgesprek; het resultaatgesprek of het jaargesprek;
Groepsgesprek: het eenmaal per jaar voeren van het planningsgesprek en het voortgangsgesprek met een groep medewerkers die allen dezelfde functie vervullen;
Gespreksformulier: het door de leidinggevende en de medewerker voor akkoord te ondertekenen formulier waarin worden vastgelegd de in het planningsgesprek gemaakte werkafspraken en de afspraken betreffende de competenties, de voortgang daarvan in het voortgangsgesprek, alsmede het eindoordeel van de leidinggevende in het resultaatgesprek en de vaststelling daarvan door de naasthogere leidinggevende. Het gespreksformulier wordt eveneens gebruikt voor de vastlegging van het jaargesprek;
Beslissing met rechtspositionele gevolgen: de door of namens het bevoegd gezag te nemen beslissing over bevordering of wijziging van de bezoldiging, anders dan voortvloeiend uit een bevordering of de Cao voor de sector gemeenten; over de functioneringstoelage, overplaatsing, wijziging van de aanstelling en overige beslissingen die rechtspositie van de medewerker in positieve of negatieve zin wijzigen.