**1..** De leidinggevende kan ten behoeve van de gesprekkencyclus gebruik maken van één of meer informanten met als doel om meer informatie over het functioneren van de medewerker te verkrijgen.
**2..** De leidinggevende bepaalt wie optreedt als informant. De informant dient een functionele relatie dan wel een interne klantrelatie te hebben met de medewerker.
**3..** De naam en de functie van de informant(en) dienen te worden vastgelegd in het gespreksformulier.
**4..** In het geval dat over het gebruik van één of meer informanten verschil van inzicht bestaat tussen de leidinggevende en de medewerker beslist de naasthogere leidinggevende.