Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2017 (Verordening Afvalstoffenheffingen 2017)

1.. De belasting als bedoeld in artikel 5, lid 2, onder a (vastrecht), is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting als genoemd in lid 1, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de belasting genoemd in lid 1, voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting, als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt. 5.. De belasting als bedoeld in artikel 5, lid 2, onder b, is verschuldigd na afloop van het belastingjaar. 6.. Indien men in aanmerking komt voor een tarief genoemd in artikel 5 lid 3 tot en met 5, dan wordt dit tarief niet tijdsevenredig toegepast. Bij een aanvang of beëindiging van de belastingplicht in de loop van het belastingjaar geldt het tarief zoals vermeld in artikel 3.1 of 3.2 van de Tarieventabel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel