Naar hoofdinhoud

Artikel 9.

De vaststelling van de stimuleringslening

Onderdeel van Subsidieverordening Stimulering Kwaliteitsverbetering Renkum 2010

1 .Binnen dertien weken na ontvangst van de gereedmelding als bedoeld in artikel 8 neemt het college een besluit tot vaststelling van de stimuleringslening. 2. Het college kan het bedrag van de stimuleringslening in ieder geval lager vaststellen dan het bedrag uit het voorlopige besluit tot verlening van de stimuleringslening indien de aanvrager het bij of krachtens deze verordening gestelde, dan wel het in het voorlopige besluit tot verlening van de stimuleringsregeling genoemde bepalingen niet heeft nageleefd. 3. Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn eenmalig met 8 weken verlengen. Een dergelijke verlenging wordt door het college meegedeeld aan de stimuleringslening-ontvanger. 4. De vaststelling van de stimuleringslening vindt plaats op basis van de door het college goedgekeurde werkelijke kosten met als maximum het bij de verlening van de stimuleringslening toegekende bedrag. 5. De beschikbaar gestelde lening mag uitsluitend worden aangewend voor het beoogde doel. Indien blijkt dat (een deel van ) het geld wordt besteed voor andere doeleinden, zal het college besluiten versneld (delen van) het beschikbaar gestelde bedrag terug te vorderen. 6. In geval de gelden van de lening blijken niet te zijn aangewend voor het initiatief als omschreven in het besluit tot verlening (besluit tot voorlopige toekenning) van de stimuleringslening, is het college bevoegd tot het nemen van alle volgende stappen: a. het college kan van de stimuleringslening-ontvanger nakoming vorderen; b. het college kan stappen nemen tot ontbinding van de uitvoeringsovereenkomst en leenovereenkomst; c. het college kan stappen nemen welke leiden tot terugbetaling van het bedrag van de verstrekte lening, al dan niet vermeerderd met de wettelijke rente en/of andere schadevergoedingen, hoe ook genaamd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel