Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 50

Schriftelijke vragen

Onderdeel van Reglement van Orde

Het lid dat schriftelijke vragen wil stellen aan de burgemeester en/of een of meer wethouders, dient deze vragen bij de voorzitter in via de raadsgriffier. Namens de voorzitter zendt de raadsgriffier de vragen aan de burgemeester en/of het college. De vragen worden door de raadsgriffier ter beschikking gesteld aan de overige leden en gepubliceerd. Indien de burgemeester en/of het college niet in staat is/zijn de vragen binnen vijftien dagen te beantwoorden, laat hij of zij dat de voorzitter onder opgave van redenen via de griffie weten. De burgemeester of een wethouder kan aan de voorzitter te kennen geven dat hij een vraag niet schriftelijk maar mondeling wil beantwoorden. De vraag wordt dan beantwoord tijdens het eerstvolgende vragenuur. Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Het schriftelijk antwoord van de burgemeester of het college gaat via de griffie naar de indiener van de vragen en wordt uiterlijk vrijdag voor de eerstvolgende raadsvergadering toegevoegd aan het agendapunt “schriftelijke vragen”.

Rechtspraak bij dit artikel