Elk nieuw benoemd lid doet van zijn verkiezing blijken door overlegging van de bij wet voorgeschreven stukken.
De geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken worden op de griffie ter inzage gelegd voor de leden.
Over de toelating van leden, die benoemd zijn verklaard na periodieke aftreding, besluit de raad in de oude samenstelling.