Naar hoofdinhoud

Artikel 9.

Vervoer naar meerdere adressen

Onderdeel van Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Sint-Michielsgestel

Regelmatig wordt het verzoek gedaan om leerlingen in het aangepaste vervoer naar meerdere adressen te vervoeren: Buitenschoolse opvang; Boddaertcentra; Twee woonadressen i.v.m. co-ouderschap; Stagevervoer. De verordening leerlingenvervoer gaat uit van één woonadres en één schooladres en kent geen wettelijke regeling voor vervoer naar stagebedrijven, opvang- en afwijkende woonadressen. Uitzondering daarop is vervoer naar een Boddaertcentrum: dat hoort wel onder leerlingenvervoer, met dien verstande dat ouders geacht worden het kind zelf op te halen en naar huis te brengen. Het begrip ‘woning’ is in de verordening omschreven als ‘de plaats waar de leerling is ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie’. Bij co-ouderschap voldoet deze omschrijving niet. In die gevallen waarin ouders beide in de gemeente wonen kan worden volstaan met een schriftelijke verklaring van de ouders dat de leerling structureel op bepaalde dagen van de week afwisselend bij een van de ouders woont. Wonen ouders beide in een andere gemeente, dan moeten zij ieder in hun eigen woongemeente een verzoek indienen om leerlingenvervoer. Stagevervoer Op verzoek van ouders en scholen bekostigt de gemeente het vervoer naar stageadressen als de stage een onderdeel is van het lesprogramma. Gewoonlijk lopen leerlingen een of meerdere dagen per week stage, de rest van de week gaan ze naar school. De gemeente doet een dringend beroep op de scholen om de stageplaatsen zo dicht mogelijk bij de school of bij het huisadres van de leerling te zoeken. Verder verwacht de gemeente dat de school bij de keuze voor een stageadres de bereikbaarheid met openbaar vervoer betrekt. Aangezien de stage een voorbereiding is op deelname aan het maatschappelijk verkeer verwachten wij dat alles in het werk gesteld wordt om de maximaal mogelijke zelfstandigheid in het reizen naar het stageadres te bereiken. Dat kan betekenen dat voor het schoolbezoek aangepast vervoer toegekend wordt terwijl voor het stagevervoer een fietsvergoeding of openbaar vervoer wordt bekostigd. Naar analogie van "dichtstbijzijnde toegankelijke school" hanteert de gemeente het begrip "dichtstbijzijnde toegankelijke stage". De plaats waar de leerling stage loopt kan voor de gemeente grote financiële gevolgen hebben. De gemeente gaat er van uit dat scholen dit aspect mee laten wegen in de plaatsing van leerlingen en dat zij stageplekken zoveel mogelijk zoeken in de buurt van het woonadres van de leerling. Om het plannen van stageritten beter mogelijk te maken, vindt aangepast vervoer naar en van een stageadres op schooldagen zoveel mogelijk plaats op vaste uren in de ochtend (tussen 07.30 en 09.00 uur) en de middag (tussen 16.00 en 17.30 uur) of aansluitend aan de schooltijden zoals die in de schoolgids zijn opgenomen, met een marge van plus of min 30 minuten. Aangepast vervoer naar stageadressen vindt niet plaats tijdens het weekend en gedurende schoolvakanties. Structurele opvang De gemeente wil toestaan dat leerlingen na school naar een ander adres als het thuisadres worden gebracht. Hier zijn randvoorwaarden aan verbonden: Het opvangadres ligt op de route; De opvang is structureel, d.w.z. op dezelfde dagen van de week en op hetzelfde adres; De kosten die aan het vervoer verbonden kunnen zijn komen voor rekening van de ouders; Het aanvullende vervoer mag geen negatieve consequenties hebben voor de andere leerlingen in de taxi. Co-ouderschap Beide ouders dienen een aanvraag in te dienen in hun eigen gemeente. Beide aanvragen worden getoetst aan de verordening leerlingenvervoer (dichtstbijzijnde toegankelijke school, afstandscriterium) en worden alleen gehonoreerd als er sprake is van regelmaat en structuur in het verblijf op beide adressen. Boddaertcentrum Vervoer van school naar het Boddaertcentrum wordt door de gemeente verzorgd; vervoer van Boddaertcentrum naar huis is voor rekening van de ouders.

Rechtspraak bij dit artikel