Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 1

Artikel 9

Einde lidmaatschap algemeen bestuur

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Permar WS

1.. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op de dag waarop de zittingsperiode van de colleges afloopt. De aftredende leden blijven in dat geval hun functie waarnemen tot het tijdstip waarop de nieuwe colleges de nieuwe leden van het algemeen bestuur hebben aangewezen. 2.. De colleges beslissen zo mogelijk in de eerste vergadering van de zittingsperiode, doch uiterlijk binnen 6 weken daarna, over de aanwijzing van de nieuwe leden van het algemeen bestuur. Aftredende leden kunnen opnieuw als lid worden aangewezen. 3.. De leden van het algemeen bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij stellen de voorzitter, alsmede het college dat hen heeft aangewezen, onverwijld van dit ontslag in kennis. 4.. Indien tussentijds een plaats in het algemeen bestuur openvalt, wijst het college van de deelnemende gemeente die het aangaat, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk twee maanden nadat de plaats in het algemeen bestuur is opengevallen, uit zijn midden een nieuw lid aan. 5.. Van elke aanwijzing tot lid van het algemeen bestuur en wijziging daarin doet het betrokken college binnen acht dagen mededeling aan de voorzitter van het algemeen bestuur. 6.. Datgene dat in deze regeling is bepaald ten aanzien van de leden van het algemeen bestuur is eveneens van toepassing op de plaatsvervangend leden. Paragraaf 2 Werkwijze

Rechtspraak bij dit artikel