Naar hoofdinhoud

Artikel 9.

Wijzigen of intrekken vergunning

Onderdeel van Beleidsregel standplaatsen APV Vlissingen 2016

1.. De vergunning kan, naast het bepaalde in artikel 1:6 van de APV, worden gewijzigd of ingetrokken indien: de vergunninghouder zonder opgave van redenen drie achtereenvolgende weken geen standplaats heeft ingenomen of niet open is voor het publiek; de vergunninghouder overlijdt; als gebleken is dat een ander dan de vergunninghouder de standplaats in gebruik heeft genomen zonder dat daarvoor ontheffing is verleend; de vergunninghouder bij herhaling de vergunningsvoorschriften overtreedt en hij daarvoor een schriftelijke waarschuwing van het college heeft gekregen; de vergunninghouder zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; de vergunninghouder niet of niet tijdig de verschuldigde precariobelasting voldoet; niet voldaan wordt aan redelijke eisen van welstand; Indien het college het voornemen heeft om de standplaatsvergunning in te trekken, gaat zij hiertoe niet over dan nadat de vergunninghouder in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord. Het college kan, als zij onverwijld optreden noodzakelijk acht, de vergunninghouder in afwachting van de besluitvorming het recht ontzeggen om de standplaats tijdens een periode van maximaal vier weken daadwerkelijk te gebruiken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel