Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Beschermwaardige bomen

Onderdeel van Bomenverordening 2005

1. Bomen kunnen bij de beoordeling van de aanvraag om omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden als beschermwaardige bomen aangemerkt worden als ze voldoen aan criterium a of b en aan twee van de overige criteria: a. leeftijd is minimaal 80 jaar; b. de boom maakt deel uit van een beschermde monumentale structuur, een beschermddorpsgezicht of een monument (ook vervangende jonge bomen; voor de duurzame instandhouding van de monumentale structuur of monument); c. de boom is onvervangbaar voor het karakter van de omgeving: zonder de boom is de omgeving niet meer compleet: hierin spelen de begrippen “ensemble-waarde” en cultuurhistorische waarde mee; d. de boom is van Zeister belang: typerend voor de Zeister situatie of zeldzaam in de Zeister situatie (zoals boslandschap, buitenplaatsen, weidelandschap e.d.; vaak gerelateerd aan landschapskenmerken); e. verschijning is beeldbepalend: de boom is een blikvanger in de omgeving; f. de boom maakt deel uit van de hoofd-groenstructuur zoals beschreven in het bij de toepassing van deze verordening laatst bekende gemeentelijke groenstructuurplan; g. de boom is wetenschappelijk van grote waarde, omdat het een bijzonder zuivere vertegenwoordiger van één soort betreft (genenreservoir); h. de boom is dendrologisch van grote waarde, vanwege soort en variëteit in combinatie met leeftijd, grootte en zeldzaamheid; i. de boom is cultuurhistorisch waardevol; j. onderdeel van de ontworpen parkaanleg bij een buitenplaats; k. onderdeel van een zichtas; l. herdenkingsboom; geplant ter gelegenheid van een belangrijke gebeurtenis (bijvoorbeeld geboorte van een prins of prinses, een huwelijk, een jubileum); deze bomen zijn vaak ook geadopteerd, bijvoorbeeld door een school; m. markeringsboom; geplant ter markering, zoals grensbomen in het agrarisch gebied, of bakenbomen langs de rivieren; heeft te maken met de nederzettingsgeschiedenis; n. kruis/ kapelboom; geplant naast een kapel of kruisbeeld om de locatie te benadrukken; o. boom met een bijzondere snoeivorm, bijvoorbeeld kunstsnoeivorm of oude doorgegroeide hakhoutstoven; p. bijzondere groeivorm als gevolg van natuurlijke oorzaken bijvoorbeeld twee- of meerstammig; q. de boom is van een grote waarde omdat het een bijzonder ras is, bijvoorbeeld de sterappel. 2. Indien een boom is geplant met geld uit het Bomenfonds, dient deze boom bij de beoordeling van de aanvraag om kapvergunning als beschermwaardige boom aangemerkt te worden; 3. Voor een beschermwaardige boom wordt geen omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden verleend, tenzij: a. De boom dood is en een direct gevaar vormt voor bebouwing, bewoners, gebruikers van het perceel en/of weggebruikers en er geen alternatieven zijn voor kap; b. De boom een dodelijke boomziekte of aantasting heeft en een direct gevaar vormt voor bebouwing, bewoners, gebruikers van het perceel en/of weggebruikers en er geen alternatieven zijn voor kap; c. Het vellen van de boom noodzakelijk is ten behoeve van duurzame instandhouding van een monumentale structuur, een laan of een monument; d. De boom moet wijken voor een bouwinitiatief dat past in het bestemmingsplan. 4. Bij een omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden voor een beschermwaardige boom wordt altijd een herplantplicht opgelegd. 5. Het bevoegd gezag kan bij bijzondere omstandigheden afwijken van het bepaalde in lid 3.

Rechtspraak bij dit artikel