1. Aan de vergunning of het besluit noodkap kan het voorschrift worden verbonden dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant. Hetbevoegd gezag legt in ieder geval een herplantplicht op in het geval van;
a. beschermwaardige bomen;
b. in bosachtige tuinen en tuinen met een buitenplaatskarakter, zoals aangegeven op de bij de verordening horende kaart N1, bij een diameter vanaf 20 cm. Het college kan deze kaart wijzigen met toepassing van de procedure als bedoeld in afdeling 3.4 van de Awb;
c. bomen met een diameter vanaf 35 cm.
2. Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet geslaagde herbeplanting (via een inboetverplichting) moet worden vervangen.
3. Indien uitvoering van plicht tot herplant niet mogelijk is of redelijkerwijs onvoldoende compensatie biedt voor de te vellen houtopstand kan aan de vergunning het voorschrift verbonden worden dat de houtopstand niet mag worden geveld voordat een bedrag gelijk aan de herplantwaarde in het ‘Bomenfonds’ is gestort. Het maximale compensatiebedrag voor de herplantplicht wordt jaarlijks per 1 januari aangepast op basis van het prijsindexcijfer voor de gezinsconsumptie, reeks voor werknemersgezinnen (basis is 2005=100). Het bevoegd gezag kan besluiten in voorkomende gevallen af te wijken.
4. Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen behoren aanwijzingen ter bescherming van in, op en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna.
5. De vergunning of het besluit noodkap is zaakgebonden.