Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2017

Deze verordening verstaat onder: perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan; gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft; water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of grondwater; woning: een onroerende zaak als bedoeld in artikel 220a Gemeentewet, met dien verstande dat daartoe ook die gedeelten van een onroerende zaak behoren die als perceel kunnen worden aangemerkt en waarvan de waarde ingevolge artikel 220e Gemeentewet buiten de heffingsmaatstaf van de onroerende-zaakbelastingen worden gelaten; niet-woning: elke onroerende zaak of zelfstandig gedeelte daarvan welke niet als woning is aan te merken als bedoeld onder e; gemengd pand: een onroerende zaak die is aangemerkt als niet-woning maar waarbij een deel van deze zaak in gebruik is als woning of dienstbaar is aan woondoeleinden; boothuis: een zelfstandige opstal, bedoeld en als zodanig in gebruik, voor het stallen van een vaartuig in of boven het water, terwijl vanuit de opstal enkel hemelwater wordt afgevoerd; garagebox: een zelfstandige opstal, bedoeld en als zodanig in gebruik, voor het stallen van (motor-)voertuigen en/of het opslaan van goederen, zonder dat dit een bedrijfsmatig doel dient, en deze opstal in de uitvoering van de Wet WOZ als garagebox wordt aangemerkt, terwijl vanuit de opstal enkel hemelwater wordt afgevoerd; recreatiewoning: een woning welke overeenkomstig een door het college van burgemeester en wethouders verstrekte vergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening, dan wel overeenkomstig geldende bestemmingsplanvoorschriften recreatief wordt gebruikt. Recreatieperceel: een perceel zijnde een vaste standplaats als bedoeld in de verordening toeristenbelasting en gelegen op een recreatieterrein, dat door de gebruiker uitsluitend recreatief en seizoensgebonden wordt gebruikt.

Rechtspraak bij dit artikel