**1..** Een vergunning als bedoeld in artikel 3.2.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening Middelburg 1997 dient schriftelijk en door middel van het krachtens artikel 4:4 Algemene wet bestuursrecht vastgestelde formulier te worden ingediend.
**2..** Bij de aanvraag als bedoeld in het eerste lid dienen voor wat betreft een seksinrichting in ieder geval de volgende bescheiden te worden overgelegd:
een geldig legitimatiebewijs, zoals bedoeld in de Wet op de identificatie-plicht, van de aanvrager/exploitant - indien de exploitant een rechtspersoon is de tot vertegenwoordiging van de rechtspersoon bevoegde natuurlijke personen - en de beheerder die in de seksinrichting werkzaam zullen zijn;
een geldige verblijfstitel van de exploitant en de beheerder die in de seksinrichting werkzaam zullen zijn;
een verklaring omtrent het gedrag van de exploitant en de beheerder;
een document (zoals een huurcontract of eigendomsakte) waaruit blijkt dat de aanvrager over ruimte beschikt of gaat beschikken waarin de seksinrichting wordt gevestigd;
een nauwkeurige plattegrond van de seksinrichting waarop tevens de oppervlakte van de in de seksinrichting aanwezige ruimtes staat aangegeven;
indien de exploitant de seksinrichting gaat exploiteren ten behoeve van een vereniging of stichting: een afschrift van de statuten en een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel;
een opgave van de adressen van overige c.q. andere seksinrichtingen of escortbedrijven, die door de aanvrager werden of worden geëxploiteerd;
een ondernemingsplan waaruit blijkt op welke wijze de exploitatie van de seksinrichting vorm gaat krijgen (o.a. de aard van het bedrijf) en voorts welke maatregelen de exploitant neemt ter bevordering van de arbeidsomstan-digheden van de prostituees, bevordering van de hygiëne en bescherming van de gezondheid van de bezoeker en de prostituee;
een verklaring omtrent het betalingsgedrag van de exploitant, afgegeven door de competente belastingdienst en een overzicht van investeringen ten aanzien van het perceel en/of de inventaris en de hierbij behorende schriftelijke bewijzen van betaling van deze investeringen;
de huisregels opgesteld ter bevordering van een ordelijke, hygiënische en veilige gang van zaken binnen de seksinrichting.
**3..** Bij de aanvraag als bedoeld in het eerste lid dienen voor wat betreft een escortbedrijf in ieder geval de bescheiden genoemd in het tweede lid onder a, b, c, d, f, g, - voorzover van toepassing - h en I te worden overgelegd.
Hoofdstuk
Artikel 2.1
Artikel 2.1
Onderdeel van APV 1997 (Nadere regels met betrekking tot seksinrichtingen en escortbedrijven; art. 3.1.3).