Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
1. Medewerker
De ambtenaar in de zin van artikel 1:1, eerste lid, onder a van de CAR.
2. Dienstreis
Een naar het oordeel van het bevoegd gezag noodzakelijke verplaatsing van een medewerker tot het verrichten van een dienst buiten de plaats van tewerkstelling, evenals het hiermede verband houdende verblijf buiten deze plaats.
3. Standplaats/plaats van tewerkstelling
Het adres waar of van waaruit de medewerker wordt geacht doorgaans zijn werkzaamheden voortvloeiend uit zijn functie te beginnen en/of te beëindigen.
4. (Motor)voertuig
(Gemotoriseerd) vervoersmiddel waarvan de medewerker eigenaar is.
5. College
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlaardingen.
6. Leidinggevende
De functionaris aan wie volgens de hiërarchische organisatiestructuur verantwoording verschuldigd is.