**1..** De belasting wordt geheven:
van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot
heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot heeft
van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de
gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel;
en
van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of
indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd dan wel
dat belang heeft bij nakoming van de gemeentelijke
waterzorgplichten, verder te noemen: gebruikersdeel.
**2..** Ingeval het perceel een onroerende zaak is, wordt als genothebbende
krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het
begin van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is
vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende
krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
**3..** Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker aangemerkt
degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet
krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht
gebruikt;
Voor toepassing van het derde lid wordt:Gebruik van een perceel
door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het
door in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet
bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat
huishouden;
Gebruik door degene aan wie een deel van het perceel – niet
zijnde een gedeelte als bedoeld in artikel 4 – in gebruik is
gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in
gebruik heeft gegeven;
Het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig
gebruik aangemerkt als gebruik door degene die dat perceel ter
beschikking heeft gesteld.
Artikel 3
Belastbaar feit en belastingplicht
Onderdeel van VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN RIOOLHEFFING STEIN 2016