Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 13

Omgevingsvergunning

Onderdeel van Erfgoedverordening Krimpenerwaard 2017

1.. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het college: een gemeentelijk monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; een gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of de monumentale waarden in gevaar worden gebracht; een gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen, of daaraan onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is. 2.. Een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in het eerste lid, is niet vereist indien deze activiteit betrekking heeft op: gewoon onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur niet wijzigen, de aanleg bij een tuin, park of andere aanleg niet wijzigt, en bij een archeologisch monument indien de verstoring niet dieper gaat dan -0,30m ten opzichte van het maaiveld of; een activiteit die uitsluitend leidt tot inpandige veranderingen van een onderdeel van een gemeentelijk monument dat uit oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft, dan wel waar de archeologische monumentale waarde reeds verloren is; 3.. Het college kan in het belang van de monumentenzorg nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden aan een gemeentelijk monument. Deze regels kunnen mede inhouden een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het eerste lid, of een plicht tot het melden van handelingen bedoeld in het tweede lid.

Rechtspraak bij dit artikel