Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsbepaling

Onderdeel van Beleidsregels gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats 2016

1. In deze beleidsregels wordt verstaan onder: a..  Gehandicaptenparkeerplaats: een individuele parkeerplaats, nabij de woning of werklocatie van de aanvrager, voorzien van het verkeersbord E6, zoals bedoeld in bijlage 1 van het RVV 1990 en een onderbord met vermelding van het kentekennummer, voor één motorvoertuig van een persoon die in het bezit is van een bestuurders- of passagierskaart; b. Aanvrager: degene ten behoeve van wie een gehandicaptenparkeerplaats wordt aangevraagd; c. Motorvoertuigen: alle gemotoriseerde voertuigen behalve bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen, bestemd om anders dan langs de rails te worden bewogen; d. Gehandicaptenvoertuigen: voertuig dat is ingericht voor het vervoer van een gehandicapte, niet breder is dan 1,10 meter en niet is uitgerust met een motor, dan wel is uitgerust met een motor waarvan de door de constructie bepaalde maximumsnelheid niet meer dan 45 km per uur bedraagt, en geen bromfiets is; e. Parkeerdrukmeting: gedurende een week (7 aaneengesloten dagen) vindt op willekeurige momenten een telling plaats van de in een straal van 100 meter afstand van de woning of werklocatie beschikbare plaatsen.

Rechtspraak bij dit artikel