Het college kan het instemmingsbesluit of de vergunning wijzigen
of intrekken, indien:
de netbeheerder niet binnen zes maanden na het
onherroepelijk worden van het instemmingsbesluit of de
vergunning, of de in het instemmingsbesluit of de
vergunning opgenomen termijn, met de werkzaamheden als
omschreven in het instemmingsbesluit of de vergunning is
begonnen;
de in het instemmingsbesluit of de vergunning benoemde
werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van
zes maanden stilliggen;
het instemmingsbesluit of de vergunning is verleend op
basis van onjuiste of onvolledige gegevens;
de netbeheerder het bepaalde bij of krachtens deze
verordening of de voorschriften niet naleeft;
na het verlenen van het instemmingsbesluit of de
vergunning naar het oordeel van het college gegronde
aanleiding bestaat te veronderstellen dat het van kracht
blijven van het instemmingsbesluit of de vergunning
onaanvaardbare schadelijke gevolgen heeft voor mens,
natuur of milieu en hieraan door het stellen van nadere
voorschriften en beperkingen aan het verleende
instemmingsbesluit of de verleende vergunning niet kan
worden tegemoetgekomen.
Het college kan de vergunning wijzigen of intrekken,
indien:
de netbeheerder de kabel of leiding definitief buiten
gebruik heeft gesteld;
dit naar het oordeel van het college redelijkerwijs
nodig is vanwege de rechtmatige uitoefening van zijn
publiekrechtelijke bevoegdheid of taak.
Aan het besluit tot wijziging of intrekking van het
instemmingsbesluit of de vergunning kan de verplichting worden
verbonden om de betreffende leiding(en) aan te passen of deze te
verwijderen.
Het college trekt het instemmingsbesluit of de vergunning in
indien de houderschriftelijk aan het college verklaart geen
gebruik meer daarvan te willen maken.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.4.
Wijziging en intrekking
Onderdeel van Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Haaksbergen (2.5a)