De precariobelasting voor kabels, buizen en leidingen wordt niet
geheven:
ter zake van het hebben van kabels, buizen en leidingen, welke
ingevolge een wettelijk voorschrift, een overeenkomst, een concessie
of anderszins rechtens moeten worden gedoogd;
ter zake van het hebben van kabels, buizen en leidingen, waarvan de
gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
is, met uitzondering van kabels, buizen en leidingen die in gebruik
zijn bij een derde;
ter zake van het hebben van kabels, buizen en leidingen, waarvan de
provincie of Rijkswaterstaat genothebbende krachtens eigendom, bezit
of beperkt recht is, met uitzondering van kabels, buizen en
leidingen die in gebruik zijn bij een derde;
van belastingplichtigen indien de gemeente op grond van een
privaatrechtelijke overeenkomst verplicht is de som van de geheven
precariobelasting te vergoeden aan de belastingplichtige;
ter zake van het hebben van buizen die worden aangemerkt als werk
ten behoeve van de landsverdediging.
Artikel 4
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering precariobelasting ter zake kabels, buizen en leidingen 2016