Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.5

Criteria beschermd wonen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Vught 2017 ev

1.. Onverminderd de wet en het elders in deze verordening is bepaald kan een cliënt alleen in aanmerking komen voor beschermd wonen indien: de cliënt een geldende psychiatrische diagnose van een arts kan overleggen, en de cliënt als direct gevolg van de geldende gediagnostiseerde psychiatrische aandoening een reële noodzaak heeft tot bescherming van zichzelf of zijn omgeving. 2.. Onverminderd de wet en hetgeen elders in deze verordening is bepaald komt een cliënt niet in aanmerking voor beschermd wonen indien: de cliënt zelfstandig kan wonen, zonder noodzaak voor specifieke ondersteuning die 24/7 (op afroep) beschikbare bescherming en/of begeleiding vereist, of de cliënt geen medisch toetsbare psychiatrische diagnose kan overleggen op grond waarvan de noodzaak tot beschermd wonen blijkt, of de cliënt wel een aantoonbaar gediagnostiseerde behoefte tot een beschermd verblijf heeft, maar waarbij de medische behandeling (nog) op de voorgrond staat en waarbij de cliënt primair onder behandeling staat voor deze aandoening.

Rechtspraak bij dit artikel