De "Legesverordening 2016-2" van 18 juli 2016 wordt ingetrokken met
ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang
van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op
de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Indien het voorstel van Rijkswet tot wijziging van de Paspoortwet in
verband met het van rechtswege laten vervallen van reisdocumenten
van personen aan wie een uitreisverbod is opgelegd (Kamerstukken I
2015/2016, 34358 (R2065), nr.A), tot wet is of wordt verheven en
artikel I van die wet in werking treedt, wordt in artikel 2, onder
nummering van de bestaande tekst tot eerste lid, een tweede lid
toegevoegd, luidende:
Hetgeen in deze verordening en de daarbij behorende
tarieventabel is bepaald over eenNederlandse
identiteitskaart voor een persoon die op het moment van de
aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft
bereikt, is van overeenkomstige toepassing op een
vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met
een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken
persoon.
3.Indien artikel 10.8, onderdeel B, van de Wet natuurbescherming in werking
treedt, worden de onderdelen 8.3.12.1, 8.3.12.2 en 8.3.13 van de bij deze
verordening behorende tarieventabel vervangen door:
8.3.12
Projecten of handelingen in het kader van de
wet Natuurbescherming(bescherming van een Natura
2000-gebied)
Indien de aanvraag tot het verlenen van een
omgevingsvergunning betrekking heeft op een project of
het verrichten van een andere handeling als bedoeld in
artikel 2.1, eerste lid, onder j, van de Wabo, bedraagt
het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere
onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van
de in die onderdelen bedoelde activiteiten:
€
856,85
8.3.13
Handelingen in het kader van de Wet
natuurbescherming (bescherming van
soorten)
Indien de aanvraag tot het verlenen van een
omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten
van een handeling als bedoeld in artikel 2.1, eerste
lid, onder k, van de Wabo, bedraagt het tarief,
onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van
dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die
onderdelen bedoelde activiteiten:
€
502,90
4.De op grond van het tweede lid vervangen onderdelen blijven van toepassing
op de belastbare feiten die zich voor de in artikel 13, derde lid, onder b,
bedoelde datum van ingang van de heffing hebben voorgedaan.