Naar hoofdinhoud
1.. Burgers kunnen in een vergadering het woord voeren (spreekrecht) over onderwerpen die al dan niet op de agenda staan, met uitzondering van de agendapunten betreffende het doen van keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen, opening, vaststellen agenda en besluitenlijsten vorige vergaderingen. 2.. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk om 12.00 uur op de dag van de ver-gadering bij de griffie, onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover het woord gevoerd wenst te worden. 3.. Direct na opening van de vergadering kunnen insprekers gedurende ten hoogste tien minuten het woord voeren over een onderwerp dat niet is geagendeerd. De raad kan direct reageren. Een onderwerp kan op deze wijze maximaal twee maal per jaar aan de orde komen. 4.. Insprekers die het woord willen voeren over een voorstel op de agenda, krijgen hiervoor een eerste termijn van maximaal vijf minuten voorafgaande aan de behandeling van het betreffende agendapunt. Na het in-spreken is er gelegenheid voor de leden van de raad om ter verduidelijking korte, verhelderende vragen te stellen aan de inspreker. De inspreker kan in tweede termijn reageren op het besprokene in de commissie. 5.. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, als dit in het belang is van de orde van de vergadering. 6.. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. 7.. De voorzitter of een raadslid kan een voorstel doen voor de behandeling van de inbreng van de burger.

Rechtspraak bij dit artikel