Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 7.

Voorwaarden en weigeringsgronden voor maatwerkvoorzieningen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Noordenveld 2017

1.. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt: a. voor zover met betrekking tot de problematiek die in het gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat; b. voor zover de hulpvrager op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk de beperkingen kan wegnemen; c. voor zover de hulpvrager met gebruikmaking van algemene voorzieningen de beperkingen kan wegnemen; d. indien de voorziening voor een persoon als hulpvrager algemeen gebruikelijk is; e. indien het een voorziening betreft die de hulpvrager na de melding en vóór datum van besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend of de noodzaak achteraf nog kan worden vastgesteld. 2.. Het college weigert een maatwerkvoorziening gericht op zelfredzaamheid en participatie als: a. de hulpvrager geen ingezetene is van de gemeente Noordenveld, onverminderd hetgeen bepaald is in de Wmo over beschermd wonen en opvang; b. de noodzaak tot ondersteuning voor de hulpvrager redelijkerwijs vermijdbaar was; c. de voorziening voorzienbaar was, en van de hulpvrager redelijkerwijs verwacht kon worden dat hij zelf maatregelen had getroffen die de hulpvraag overbodig had gemaakt.

Rechtspraak bij dit artikel