Naar hoofdinhoud
6.1. Een aanvraag voor een Duurzaamheidslening particulieren wordt schriftelijk bij het college ingediend op een door de gemeente beschikbaar gesteld formulier en gaat vergezeld van een opgave van: de te treffen duurzaamheidsmaatregelen; een kopie van een samenvatting van het EPA-maatwerkadvies; de werkelijke kosten van het treffen van de duurzaamheidsmaatregelen en de eventuele maatregelen voor woningverbetering, alsmede een financiële onderbouwing van deze opgave (op basis van offertes die niet ouder zijn dan zes maanden); een planning van de uitvoering van de werkzaamheden; een kopie van een eventueel benodigde omgevingsvergunning; 6.2. Indien er werkzaamheden plaatsvinden aan de woning of het woongebouw dient rekening te worden gehouden met het bestemmingsplan, de welstandsnota en het monumentenbeleid van de gemeente. De werkzaamheden kunnen omgevingsvergunningplichtig zijn. Het in bezit zijn van een omgevingsvergunning dan wel zicht hebben op een omgevingsvergunning kan een voorwaarde zijn om in aanmerking te komen voor een lening. 6.3. De gemeente is te allen tijde bevoegd om na realisatie van de maatregelen een bezichtiging te (laten) doen. Indien hieruit blijkt dat de uitvoering niet overeenkomt met de criteria zoals aangegeven bij de aanvraag van de lening, kan het college besluiten het leningsbedrag per direct terug te vorderen. 6.4. Aanvrager, een meerderjarige natuurlijke persoon die eigenaar-bewoner is, dient door middel van het formulier Aanvraagset Duurzaamheidslening ‘zo vraagt u de lening aan’ bij de SVn een krediettoets aan te vragen.

Rechtspraak bij dit artikel