**1..** De belasting wordt geheven:
van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot
heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel
dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke
riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en
van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of
indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder
te noemen gebruikersdeel;
**2..** Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een
onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of
beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar
als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt
dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of
beperkt recht is.
**3..** Met betrekking tot het gebruikersdeel wordt als gebruiker
aangemerkt:
degene die naar de omstandigheden beoordeelt het perceel al dan
niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
recht gebruikt;
ingeval een gedeelte van een perceel - niet een gedeelte als
bedoeld in artikel 4 - voor gebruik is afgestaan: degene die dat
gedeelte in gebruik heeft afgestaan;
ingeval een perceel voor volgtijdig gebruik ter beschikking is
gesteld: degene die dat perceel voor volgtijdig gebruik ter
beschikking heeft gesteld; degene die het perceel ter
beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te
verhalen op degene aan wie dat perceel ter beschikking is
gesteld.
Artikel 3